Midelburgsche Courant 1864

Het onderstaande krantenartikel komt uit de Middelburgsche Courant van 23 juni 1864:

Gevecht tusschen de Alabama en de Kearsarge.

In ons vorig nommer deelden wij mede dat het amerikaansch oorlogstoomschip der Noordelijken Kearsarge, hetwelk eenigen tijd op de reede van Vlissingen heeft vertoefd, voor Cherburg kruiste om jagt te maken op den kruisser der Zuidelijken Alabama, welke aldaar was binnengeloopen. Volgens een telegram uit Cherburg, door Le constitutionnel medegedeeld, heeft er tusschen beide schepen een gevecht plaats gehad, waarbij de Kearsarge de overwinning behaalde en de Alabama gezonken is met de vlag in top; twee sloepen van laatstgenoemde zijn door de Kearsarge ingenomen.
Nadere mededeelingen — waarmede wij gisteren avond reeds onze geabonneerden op het Bulletin bekend maakten — berigten omtrent dit gevecht het volgende:
Toen de stoomkorvet der gefedereerden Kearsarge, met 22 stukken, op de reede van Cherburg ten anker was gekomen, zond de kommandant eene uitdaging aan dien van het zuidelijk kaperschip Alabama, dat, hoewel slechts 16 stukken tellende, het gevecht aannam tegen zondag morgen voor twaalf uur. Eergisteren morgen ten 8 uur stoomde dan ook de Alabama tot buiten de fransehe wateren, vergezeld van het fransch gepantserd schip La couronne, hetwelk bevel had ontvangen om te zorgen dat het gevecht niet in de fransche wateren plaats had. De geheele bevolking van Cherburg had zich intusschen op de hoogste punten der kust begeven om het gevecht gade te slaan. In de nabijheid der Kearsarge gekomen, trachtte de Alabama het vijandelijk schip te enteren, welke toeleg echter door de bewegingen der Kearsarge mislukte. Beide schepen beschoten elkander nu gedurende anderhalf uur op de hevigste wijze. Toen deed de Alabama weder eene poging om de Kearsarge te enteren, doch kreeg een kogel, welke den ketel doorboorde, zoo dat zij niet meer manoeuvreren kon. Nu gaf de Kearsarge de volle laag aan den zuidelijken kruisser, waardoor van alle kanten weldra het water in het schip drong en het binnen weinige ogenblikken zonk. Thans zag men wijd en zijd officieren en soldaten der Alabama op de oppervlakte der zee, waarvan een groot deel door de engelsche stoomboot Dear Hound, die het gevecht had gadegeslagen, alsmede door de Kearsarge zelve, gered werden. Daarop stoomde dit schip weder de haven binnen, alwaar het spoedig talrijke bezoeken ontving.
Onder de veertig personen van de bemanning der Alabama, welke door de Dear Hound werden ingenomen, bevond zich ook de kommandant van den kaper Semmes, welke vrij ernstig aan een zijner handen gekwetst is. De Dear Hound heeft al deze personen naar Southampton gebragt. In het geheel heeft de Alabama zes dooden, waaronder een officier, en tien gekwetsten verloren, terwijl een officier en een soldaat bij het zinken van het vaartuig verdronken.

Een ander berigt omtrent dit gevecht komt met het bovenstaande niet in allen deele overeen. Wij laten dit hier insgelijks volgen.
Zoodra de Alabama de haven verlaten had kwam de Kearsarge aanstoomen en zette koers naar de Alabama.
Op eene mijl afstands van elkander opende de Alabama het gevecht met zijn voorstuk, wendde alstoen en gaf aan de Kearsarge de volle laag, die deze begroeting onmiddellijk beantwoordde.
Beide schepen vochten met de stuurboord-batterij, .waardoor het manoevreren aan beide zijden alleen bestond in het maken van cirkels. Zeven zulke cirkels werden gemaakt in het gevecht dat 70 minuten duurde. De Alabama had toen 20 schoten in den romp ontvangen en begon zeer veel water te maken; van de ekipage waren 8 dooden en 11 gewonden, zoo dat hij genoodzaakt werd het gevecht te staken. Alvorens nog het gevecht , gestaakt was, trachtte de Alabama den franschen wal te bereiken, daartoe alle mogelijke zeilen- en stoomvermogen bezigende, doch vergeefs! het water drong zoo snel naar binnen dat de vuren uitdoofden.
Van de Alabama zond men daarop eene sloep naar de Kearsarge om te berigten dat het schip zinkende was en adsistentie te verzoeken ten einde de gewonden te redden. Het gelukte echter de ekipage van de Alabama hunne eigene gewonden te redden in de eerste sloep, benevens diegenen die niet konden zwemmen ; de overigen werden aan boord gelaten.
Voor dat de sloepen konden terugkeeren, verdween de Alabama in de golven. De overige ekipage, bestaande uit 70 koppen, sprong nu over boord, zich vastklemmende aan wat zij maar drijvende vonden.
Thans kwam ook het engelsche jacht Dear Hound aanstoomen en was de sloepen van de Kearsarge behulpzaam in het opvisschen van de overige manschappen, waaronder de kapitein der Alabama. Op de navraag van de Kearsarge naar dezen laatsten, berigtte men dat de kapitein niet was opgevischt. De Dear hound ging toen naar Cowes en zette daar den kapitein Semmes en de verdere door hem geredde ekipage aan wal. De overigen bleven krijgsgevangen aan boord van de Kearsarge.
De pantsering van de Kearsarge bestond uit een opstapeling van ijzeren kettingen langs de zijden, zich uitstrekkende van halfweg de fokkemast tot omtrent de bezaanmast, zoo dat het geheele middenschip bedekt was, welke wijze van pantsering veel schijnt te hebben bijgedragen om het geschut van de Alabama onschadelijk te maken.
Het geschut Vall de Alabama werd veel vlugger bediend dan dat van de Kearsarge, doch van de laatste veel juister. De Alabama vuurde 90, de Kearsarge slechts 30 schoten.
De Alabama was een schip met barkstuig groot 1040 ton, lang oversteven 210 en in ’t geheel 220 voet breed; 32 en diep 17 voet met twee machines, elk van 300 paardenkracht; het dek was geboord voor 12 stukken, voorzien van getrokken geschut.
De Kearsarge is groot 1031 ton met 8 stukken; de zijstukken zijn 32 ponders, en de twee groote dalgrins, middendeks staande, 11 duim diameter, welke laatste grootendeels het gevecht schijnen beslist te hebben.
Aan boord van de Alabama was buit aan goud tot een bedrag van 180.000 p.st.

Afbeelding van het artikel vind je hier